Nasser Zefzafi

Nasser Zefzafi (Tamazight: ⵏⴰⵚⴻⵔ ⴰⵣⴻⴼⵣⴰⴼ, Arabisch: ناصر الزفزافي) (Al-Hoceima, 1979) is een Riffijnse politiek activist. Hij staat bekend als de leider van de Hirak Al Chaabi, een beweging die streeft naar verbetering van de leefomstandigheden van de bewoners van de Rif. Zijn betrokkenheid bij protesten in Al-Hoceima leidde in mei 2017 tot zijn arrestatie, en veroordeling tot 20 jaar gevangenis.

Naar verluidt  stamt Zefzafi uit een familie die al eerder politiek betrokken was; zijn overgrootvader zou minister van Binnenlandse zaken zijn geweest in de Rif-Republiek van Mohammed Abdelkrim El Khattabi. Zijn vader zou actief zijn geweest in de Union nationale des forces populaires en in de USFP. Hij is opgegroeid in de volkswijk Dior Al-Malik en heeft verschillende baantjes zoals uitsmijter en telefoonverkoper gehad. Bekendheid kreeg hij als woordvoerder tijdens de protesten die volgden op de dood van Mohcine Fikri, een visverkoper die verpletterd werd in een vuilcontainer toen deze zijn door de politie in beslag genomen kwam ophalen nadat hij geweigerd had om smeergeld te betalen aan de politie. Om te voorkomen dat de vis in de vuilcontainer gedeponeerd zou worden ging hij er zelf in zitten. Deze protesten liepen uit een beweging die onder de naam Hirak al-Chaabi of Hirak al-Rif bekend staat, en die zich over meerdere steden in Marokko uitspreidde.

Een protest ter ondersteuning van hen die als gevolg van de Hirak gevangen genomen zijn, met name Zefzafi. Parijs, 31 maart 2018.

Op 26 mei 2017 was Zefzafi aanwezig bij het vrijdaggebed in een moskee in Al-Hoceima, en bekritiseerde daar en plein public de voorganger die zich tegen de protesten keerde. Beelden hiervan deden al snel de ronde op sociale media, en leidden ertoe dat er een arrestatiebevel tegen Zefzafi werd uitgevaardigd. Hij dook onder, maar hij werd enkele dagen later, ondanks tegenstand van sympathisanten, door de Marokkaanse politie opgepakt, en per helikopter naar een gevangenis in Casablanca afgevoerd.. Hij werd berecht op aanklacht van “het in gevaar brengen van de staatsveiligheid, vandalisme, poging tot moord, plundering van meerdere regio’s en het ontvangen van geld voor propaganda activiteiten om de eenheid van het koninkrijk te schenden” Dit resulteerde in een veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 20 jaar.